Ruim dertig jaar geleden besloot ik te solliciteren voor een opleiding tot oogarts. Dat leverde wonderlijke gesprekken op.

Maastricht

Mijn eerste sollicitatie was in Maastricht. De professor had gelezen dat ik cello speelde en vroeg of ik bereid was het instrument vier jaar in de kast te laten staan. “Dat zou buitengewoon slecht zijn voor de cello,” antwoordde ik. “Bovendien hoop ik nog genoeg vrije tijd te hebben om muziek te maken.” De professor wees me resoluut af: “Kennelijk neemt u de zwaarte van de opleiding niet serieus.”

Groningen

Een ander wonderlijk gesprek had ik in Groningen. De professor vroeg waar ik woonde. “Vlakbij het Wilhelminapark,” vertelde ik. Vervolgens wilde hij van me weten welk standbeeld daar stond. Dat was makkelijk: “Van koningin Wilhelmina”.

“Voor welke gelegenheid was het opgericht? Vertel nog eens wat over de geschiedenis van het Wilhelminapark? En over de historie van Utrecht in het algemeen.” Na deze stortvloed aan vragen bleef het stil. Het enige wat ik wist, was dat het Ooglijders Gasthuis in Utrecht de bakermat was van de oogheelkunde in Nederland. Maar die vraag bleef uit.

“Hoe lang woont u al in Utrecht?” vervolgde de professor. Hoofdschuddend hoorde hij mijn antwoord aan: “Vijf jaar? Als u nu nog niets weet over de geschiedenis van Utrecht … hoe kan ik dan van u verwachten dat u na vijf jaar opleiding iets zult weten over de oogheelkunde?” Onverrichter zake keerde ik terug naar huis.

Utrecht

Ietwat ongemakkelijk ging ik vervolgens op gesprek in het Ooglijders Gasthuis. De professor vroeg me waar ik woonde, waarom ik oogheelkunde wilde gaan studeren en wat ik op dat moment precies deed. “Heeft u zelf nog vragen?” wilde hij na vijf minuten weten. Na mijn voorgaande ervaringen, twijfelde ik over de status van dit gesprek. Dus besloot ik de professor daarnaar te vragen. “Welnu … ik was buitengewoon nieuwsgierig naar de persoon achter de mooie handgeschreven sollicitatiebrief. En als u net zo netjes werkt als dat u schrijft … kan ik u verzekeren dat ik een opleidingsplaats voor u heb.” Zo geschiedde. Na twee maanden kon ik beginnen.

Nog vaak denk ik terug aan dit bijzondere gesprek en de impact daarvan. Zou ik ooit oogarts zijn geworden als ik destijds mijn sollicitatiebrief had getypt?